Extreme honger deel 2: De ervaring en wetenschap erachter

In dit artikel vind je de antwoorden of je wel echt honger hebt tijdens je herstel of dat het is zoals jij verwacht – je eet omdat je verveeld, emotioneel of je gewoon aan het bingen bent zonder reden.

De signalen van honger, verzadiging en volheid zijn gewoon een beetje een puinhoop tijdens het herstelproces. Dit kan veel angst en verdriet veroorzaken.

Dit, en de veel voorkomende angst dat het metabolisme ‘kapot’ is, ervaren velen in herstel de ontkoppeling tussen verzadiging en de angst dat het metabolisme helemaal kapot is.

De buikdans

Het wetenschappelijke onderzoek naar deze ‘achterstand’ draait om het Minnesota Starvation Experiment. Aangezien dit experiment om ethische redenen nooit kan worden gedupliceerd, is het meeste onderzoek naar dit onderwerp sinds die tijd afkomstig van studies met muizen.

Restauratief eten is bedoeld om tekorten te herstellen

Drs. David M. Garner en Paul E. Garfinkel, onderzoekers op het gebied van eetstoornissen die verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen van talloze psychometrische tests voor de identificatie van eetstoornisgedrag bij individuen, hadden het volgende te zeggen over het soort reactief eten dat werd waargenomen in de ad libitum (vrij, zonder beperking) hervoeding periode die plaatsvond na de aanvankelijk langzame opgebouwde hervoeding periode in het Minnesota Starvation-experiment:


‘Vooral tijdens het weekend vonden sommige mannen het moeilijk om te stoppen met eten. Hun dagelijkse inname varieerde gewoonlijk tussen 8.000 en 10.000 calorieën …

Na ongeveer 5 maanden weer eten,  meldde de meerderheid van de mannen een normalisatie van hun eetpatroon, maar voor sommigen bleef de extreme overconsumptie bestaan: Nummer 108 begint met eten, eten en eten totdat hij nauwelijks meer kon slikken. Een uur laten had hij weer zin om te eten (blz. 847). Meer dan 8 maanden na de start van het voeden waren de meeste mannen weer normaal gaan eten; echter, enkele aten nog steeds abnormale hoeveelheden: Nr 9 at ongeveer 25 procent meer dan wat hij deed voor het experiment. Hij had 1 keer geprobeerd om dit te verminderen maar hij werd zo hongerig dat hij het niet meer kon volhouden.(blz. 847)Serieus ‘bingen’ ontwikkelde zich in een subgroep van mannen en dit bleef bij sommige gevallen maandenlang hangen nadat ze de vrijheid kregen in hun voedingskeuze. Het feit dat het bingen door dit experiment werd aangewakkerd bij deze jonge mannen zal de speculaties over psychische stoornissen als oorzaak van eetbuien iets moeten verminderen. Deze bevindingen worden ondersteunt door een groot aantal onderzoeken waaruit blijkt dat de meesten die diëten overcompensatie in hun eetpatroon laten zien, wat te vergelijken is met wat wordt gezien als bingen bij eetstoornissen (polivy & Herman, 1985, 1987; Wardle & Beinart, 1981).’


Abdul Dulloo en zijn collega’s in 1997 veronderstelden dat de vetmassa tot vetvrije massagegevens verzameld van het Minnesota Starvation Experiment tijdens de ad libitum hervoeding periode suggereert “dat na uithongering hyperphagia [overtollig eten] in grote mate wordt bepaald door de autoregulatorische feedbackmechanismen van zowel vet als magere weefsels. “ 3 De proefpersonen keerden allemaal terug naar een vetmassa van vóór het verhongeren tot vetvrije massaverhoudingen, hoewel het, zoals hierboven vermeld, meer dan een jaar kan duren voordat dat gebeurt.

Interessant is dat een paar klinische onderzoeken die de lichaamsvet-samenstelling van gewicht gerestaureerde patiënten met een eetstoornis beoordelen, suggereren dat de vetmassa hoger was dan bij gezonde controles en dat ze ongelijk verdeeld bleven in de buik- en tricepsregio’s na het opnieuw voeden. [4] , [5] Ik wil hierbij suggeren dat deze gegevens het resultaat zijn van onvolledige herstelprocessen waarbij een specifiek gewichtstarget werd toegepast als een houvast voor het herstel.  Als ad libitum hervoeding en longitudinale beoordeling worden toegepast na de periode van één jaar van het veranderen van het gewicht, dan ondersteunen de klinische bevindingen mijn beoordeling: namelijk met een eetstoornis keer je ook terug naar een optimaal vet tot vetvrije massa, ervan uitgaande dat het her voeding proces word na gebootst als in het Minnesota Starvation Experiment[6]

Beperking van voedselinname kan worden vergeleken met het beperken van slaap. De gevolgen hiervan zijn bijna identiek. Als je 36 uur wakker blijft en daarna gaat slapen, zou je je dan zorgen maken als je slaap daarna langer dan 8 uur zou duren? Zou je verbaasd zijn als je nog steeds moe was zodra je wakker werd. En de volgende nacht wanneer je merkt dat je nog steeds meer slaap nodig hebt dan gebruikelijk om je de volgende ochtend echt “uitgerust” te voelen?

Hyperphagia (extreem veel eten/vraatzucht) in herstel

2 augustus 2012
Kimberly

Nog niet zo lang geleden heb ik wat aardappelen in de oven gezet en besloot ik 2 toastjes te maken terwijl ik wachtte op de aardappels. Terwijl de toastjes in de broodrooster zat, at ik wat cashewnoten en schonk ik mezelf een kom yoghurt in – in wezen was ik aan het snacken terwijl ik wachtte op de tweede snack die ik aan het voorbereiden was terwijl ik wachtte op de eerste snack..

Herstellenden vinden extreme honger erg schokkend en verontrustend in herstel. De misvattingen over vreetbuien en het zogenaamde emotionele eten scheppen gevaarlijke en onaanvaardbare gedragingen. Er wordt gezegd dat deze leiden tot een slechte gezondheid en obesitas. Het heeft een grote focus nodig om respectvol te blijven reageren op de vraag naar energie die het lichaam continu aangeeft.

In vereenvoudigde termen kunnen verschillende hormonen, waaronder leptine en adiponectine, adenosine monofosfaat-geactiveerde proteïne kinase (AMPK) activeren en dat reguleert op zijn beurt metabole keuzes tussen anabolisme (resulterend in de opbouw van weefsel) en katabolisme (resulterend in het afbreken van weefsel) . 7 Dezelfde hormonen werken ook in de hersenen en hebben specifiek interactie met de hypothalamus, die verantwoordelijk is voor het identificeren of de energiebalans aanwezig of afwezig is door het hele lichaam. 8 Leptine en adiponectine, evenals resistine en verschillende andere, worden allemaal gegenereerd door cellen in het vet orgaan van je lichaam.

In ons huidige begrip van de cyclus van deze adipocytokines (aangezien deze door vet gegenereerde hormonen als een groep worden genoemd), worden hun serumniveaus beïnvloed door beperking van de energie-inname (zelfs voordat katabolisme optreedt); ze “informeren” de hypothalamus van een energietekort; en zij activeren AMPK om het proces van katabolisme van bestaand lichaamsweefsel te starten (opgebouwd uit cellen, uiteraard) om energie vrij te maken om doorgaande biologische functies te ondersteunen.

Een van de redenen dat mensen met een actieve eetstoornis vaak niet tekortschieten in mineralen en vitamines, komt misschien niet echt door hun zware gebruik van vitamine- en mineralensupplementen, maar eerder door de afgifte van deze mineralen en vitamines door katabolisme van hun eigen lichaamsweefsel. 9 Katabolisme (de vernietiging van cellen en weefsel) geeft de energie vrij die nodig is om te proberen de daling in serum adipocytokine niveaus te genezen, terwijl tegelijkertijd die niveaus de hypothalamus signaleren dat energie-inname een noodzaak is om het proces van katabolisme om te keren. Als je het woord ‘katabolisme’ ziet, denk dan aan het ten koste gaan van je eigen lichaam.

Het ligt nogal voor de hand om erop te wijzen dat, in de nasleep van beperking van je voedselinname, het katabolisme (afbraak van weefsel) moet worden omgekeerd naar anabolisme (de opbouw van weefsel).

Desalniettemin is dit proces verder gecompliceerd omdat het maagdarmkanaal zijn eigen zenuwstelsel heeft – het enterisch zenuwstelsel – en specifieke peptidehormonen worden afgegeven door het maagdarmkanaal als reactie op de aanwezigheid van voedsel: peptide YY, pancreaspolypeptide, glucagon- zoals peptide-1 en oxyntomodulin. En deze peptiden worden allemaal verondersteld te werken als postprandiale (na een maaltijd) verzadigingssignalen. [0

Je gevoel en je verstand

Wanneer iemand energie-gebalanceerd is, werken honger, volheid en verzadiging allemaal synchroon. Maar na slechts een paar weken (laat staan ​​maanden of jaren) van het uithongeren van je eigen lichaam, zullen deze dingen asynchroon werken zodra je begint met het terugdraaien van de schade.

In de eerdere fasen van herstel ervaar je een significante sensorische tegenstrijdigheid omdat fysieke volheid, zoals geïdentificeerd door je enterisch zenuwstelsel, en extreme afwezigheid van verzadiging, zoals ervaren door je centrale zenuwstelsel, bevestigt dat je tegelijkertijd vol en hongerig bent.

Je enterisch zenuwstelsel ontvangt informatie dat de fysieke aspecten van energieabsorptie op piekniveau zijn, maar het centrale zenuwstelsel blijft informatie ontvangen dat meer anabolisme (opbouw van weefsel) nodig is om terug te keren naar een energie-gebalanceerde toestand. Je bent vol maar voelt je leeg.

Je krijgt daardoor als resultaat als ware een complete heren verschuiving. Hier zijn slechts enkele persoonlijke verklaringen van hoe het voelt (allemaal overgenomen van het forum van het Eating Disorder Institute):

” Het concept is voor mij zo verwarrend, omdat ik niet hongerig, verzadigd of zelfs misselijk kan worden van voedsel, er bestaat niet een gevoel van volheid in mijn maag.”

” Tegen de tijd dat ik ging zitten met dat tweede bord dacht ik: “eigenlijk ben ik nu echt vol en wil ik dit niet echt”. maar ik heb moeite gedaan om dit eten te maken. Dus dan eet ik het toch op. “

“Ik voel zeker enige dwang om” alles op te eten”, omdat ik bang ben om benadeeld te worden en ben nog steeds in meerdere of mindere mate geobsedeerd door voedsel. Ik ben me ook heel erg bewust van mijn honger. Het is raar dat ik me serieus niet meer kan herinneren hoe ik heb gegeten voordat ik begon met het beperken van mijn voedselinname … “

“Ik weet niet precies wat je bedoelt als je zegt dat je het voedsel niet in je maag voelt. Ik denk dat ik het voedsel in mijn maag voel, en ik voel me absoluut ‘vol’, maar ik voel nog steeds de neiging om ‘alles op te eten’. Soms heb ik het gevoel dat ik mijzelf alleen maar dwing met voedsel. Ik weet niet of het een gebrek aan volheid of verzadiging is maar ik kan me wel voorstellen dat ik me nooit verzadigd voel. ‘

“Zelfs dan, als er nog eten op mijn bord lag, dwong ik mezelf bijna om het op te maken omdat het zo goed smaakte. Ik ben er echt niet zeker van wat dit is of wat het betekent … als ik niet het gevoel had dat ik uit elkaar zou barsten, zou ik mijzelf nog steeds hongerig/ niet verzadigd voelen “

“Dag na dag voel ik me nooit 100% tevreden na het eten. Misschien 90% als ik geluk heb, maar er is altijd ruimte voor nog een hap. Dus waarom niet gewoon elke keer opnieuw een hap nemen? Omdat ik me zorgen maak …: -/ Zorgen dat ik mijn calorieën binnen een te korte tijdsperiode op de dag krijg en dat ik ze meer moet verspreiden; dat ik via ‘junkfood’ extra calorieën binnen krijg. (ik weet het, ik weet het …) “

Voor iedereen hebben de hersenstructuren die verantwoordelijk zijn voor bewuste gedachten te maken met een compleet nieuwe ervaring. Je kunt duidelijk de diepe strijd zien die het bij iedereen oproept. Lichamelijk gezien zijn ze allemaal goed gevoed maar hun hersenen niet.

En kijk naar de tegenstrijdigheden die resulteren in de poging om deze sensaties te beschrijven! Men voelt volheid in de maag, maar niet complete verzadiging en toch zal de volgende persoon een tegenovergestelde gewaarwording beschrijven.

Je enterisch zenuwstelsel ontvangt informatie dat de fysieke aspecten van energieabsorptie op piekniveau zijn, maar het centrale zenuwstelsel blijft informatie ontvangen dat meer anabolisme (opbouw van weefsel) nodig is om terug te keren naar een energie-gebalanceerde toestand.

Probeer niet te verstrikt te raken in de beschrijvingen die je bewuste geest genereert om betekenis te te geven aan het onzinnige gevoel van honger terwijl je door deze fasen van herstel gaat. Jouw taak is om te eten. De zorgen over of het “normaal”, “emotioneel” of “de maag aangepast is aan meer voedsel” zijn precies dat: angsten.

Als je de behoefte voelt om meer te eten, maakt het niet uit hoe je geest die behoefte beschrijft; de drang om te eten is fundamenteel gezond en gaat over energierestauratie of anabolisme.

En als je opnieuw je energie-gebalanceerde toestand bereikt, zullen al je hormonen en neurotransmitters dezelfde boodschap tegelijkertijd geven, zodat honger, volheid en verzadiging geen vreemde ruis veroorzaken in je geest.


1. Dixon, Deann P., Allison M. Ackert, and Lisa A. Eckel. “Development of, and recovery from, activity-based anorexia in female rats.” Physiology & behavior 80, no. 2 (2003): 273-279.

2. Garner, David M., and Paul E. Garfinkel, eds. “Handbook of Treatment for Eating Disorders.” (New York: Guilford Press, 1997), pp.156-157.

3. Dulloo, Abdul G., Jean Jacquet, and Lucien Girardier. “Poststarvation hyperphagia and body fat overshooting in humans: a role for feedback signals from lean and fat tissues.” The American journal of Clinical Nutrition 65, no. 3 (1997): 717-723.

4. Mayer, Laurel, B. Timothy Walsh, Richard N. Pierson, Steven B. Heymsfield, Dympna Gallagher, Jack Wang, Michael K. Parides et al. “Body fat redistribution after weight gain in women with anorexia nervosa.” The American Journal of Clinical Nutrition 81, no. 6 (2005): 1286-1291.

5. Scalfi, L., A. Polito, L. Bianchi, M. Marra, A. Caldara, E. Nicolai, and F. Contaldo. “Body composition changes in patients with anorexia nervosa after complete weight recovery.” European Journal of Clinical Nutrition 56, no. 1 (2002): 15-20.

6. Mayer, Laurel ES, Diane A. Klein, Elizabeth Black, Evelyn Attia, Wei Shen, Xiangling Mao, Dikoma C. Shungu et al. “Adipose tissue distribution after weight restoration and weight maintenance in women with anorexia nervosa.” The American Journal of Clinical Nutrition 90, no. 5 (2009): 1132-1137.

7. Hardie, D. Grahame, John W. Scott, David A. Pan, and Emma R. Hudson. “Management of cellular energy by the AMP-activated protein kinase system.” FEBS letters 546, no. 1 (2003): 113-120.

8. Flier, Jeffrey S. “Regulating energy balance: the substrate strikes back.” Science 312, no. 5775 (2006): 861-864.

9. Casper, Regina C., Barbara Kirschner, Harold H. Sandstead, Robert A. Jacob, and John M. Davis. “An evaluation of trace metals, vitamins, and taste function in anorexia nervosa.” The American Journal of Clinical Nutrition 33, no. 8 (1980): 1801-1808.

10. Chaudhri, Owais B., B. C. T. Field, and S. R. Bloom. “Gastrointestinal satiety signals.” International Journal of Obesity 32 (2008): S28-S31.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.