Wat wel/niet te zeggen tegen iemand met een eetstoornis?

Deze blog is voor iedereen die iemand met een eetstoornis kennen. Ben je bang dat je iets verkeerds zegt en wil je weten wat je WEL kunt zeggen?

Niemand is perfect. De persoon met een eetstoornis gebruikt zijn/haar eetstoornis NIET als een excuus om ‘lastig’ te zijn. Het is een werkelijk probleem voor diegene.

Het is belangrijk om je als omstander te bedenken dat degene met een eetstoornis liefde en warmte nodig heeft. Echter kunnen familie en vrienden geen gedachten lezen. Ze proberen niet gemeen/streng te zijn maar willen het beste voor de persoon met een eetstoornis.

Het is zo pijnlijk en moeilijk om te zien dat iemand waar jij heel veel om geeft en je heel veel van houdt zichzelf uithongert, tekortdoet, pijn doet en misschien zelfs wel bijna zichzelf de dood in helpt. De meeste ouders zullen er ALLES aan doen wat ze kunnen om hun kind te redden van ziekte en de dood. Hieronder vind je een lijst (met uitleg) van de dingen die je kunt zeggen en liever niet kunt zeggen tegen iemand met een eetstoornis.

  • Vraag geen ja/nee vragen. Stel je vraagt; ‘Kun je niet gewoon mee eten vanavond?’ zal het antwoord wat je waarschijnlijk gaat krijgen zijn; nee, en hiermee eindigt het gesprek. Het antwoord wat je ook kunt krijgen is ja. Dit zal in de meeste gevallen een leugen zijn.
  • Vraag geen leidende vragen. Stel je vraagt; er is geen enkele mogelijkheid dat ik jou dit avondeten kan laten eten, of wel? Zal het antwoord zeker ‘nee’ zijn. Leidende vragen komen met een groot nadeel; de persoon kan zich geforceerd voelen om te liegen. Doordat jij hem/haar een ultimatum geeft zal de eetstoornis dat ultimatum nooit realiseren. Ik bedoel niet dat de omgeving mee moet gaan in de eetstoornis! Wat ik bedoel is dat wanneer je gelijk al de optie geeft om iets NIET te doen of iemand al in een hoekje drijft door te zeggen dat het niet gaat lukken, je de keuze voor diegene al snel hebt gemaakt en je hierdoor de eetstoornis sterker maakt i.p.v. dat je deze zwakker maakt.
  • Vraag open vragen. Dit is in mijn ogen de beste weg. In tegenstelling tot de voorgaande vragen kun je bijvoorbeeld vragen; ‘hoe voel je je op dit moment? Hoe komt het denk je dat dit avondeten moeilijk is voor je? Ben je bang voor iets specifieks? Is er iets waar ik je mee kan helpen?’. Zoals je kunt lezen; geen 1 van deze vragen zijn ja/nee vragen of leidende vragen. In andere woorden; open vragen zoals deze zullen ruimte maken voor eerlijke antwoorden. Je geeft aan dat jij simpelweg wilt helpen en begrijpen. Gaandeweg zal de persoon zich veilig gaan voelen. Je mag ook duidelijk maken dat, wanneer de persoon in kwestie geen idee wat hij/zij wil antwoorden, dit OK is. Wees duidelijk dat je graag wilt laten zien dat jij om hem/haar geeft. Je kan ook nog meegeven dat de persoon altijd bij jou mag komen wanneer hij/zij dat wil en de vragen later mag beantwoorden wanneer hij/zij er klaar voor is.
  • Zeg niet; ‘ik weet precies hoe je je voelt!’.Want, tenzij jij een eetstoornis hebt (gehad) is het heel moeilijk om precies te weten hoe iemand zich voelt met een eetstoornis. Probeer dus open vragen te stellen.
  • Maak geen opmerkingen over het gewicht of lichaam van andere mensen. Voor iemand met een eetstoornis zijn de onderwerpen; lichaam, gewicht en verschijning in het algemeen de moeilijkste onderwerpen van gesprek. Deze onderwerpen zijn het vaak alleen te bespreken in therapie/coaching sessies. Plus; er is een grote kans dat de persoon er al mee bezig is hoe jij over zijn/haar lichaam denkt.
  • Zeg niet; ‘wat zie jij er beter/goed uit!’ Dit is zo’n tricky uitspraak. Moeilijk te begrijpen, zelfs voor iemand met een eetstoornis (echt waar!). Stel je eens voor; je hebt de overtuiging dat je dik bent.  Iedereen vertelt (familie, vrienden, diëtiste, behandelaar) dat je minstens 15 kg moet aankomen. Wanneer je eindelijk aan komt in gewicht rent opeens iedereen naar je toe om je te vertellen dat ze kunnen zien dat je in gewicht aankomt. Ik neem aan dat dit voor niemand fijn zou voelen. Zelfs als je geen eetstoornis hebt. Dit is ook gelijk mijn punt. Bijna elk persoon met een eetstoornis ziet zichzelf als dik/niet mooi. Het komt ook vaak voor dat die persoon wel gezonder wil worden en van zijn of haar eetstoornis af wil, maar niet wil aankomen/durft aan te komen. Je zal deze uitspraak dus het beste kunnen vermijden aangezien dit bevestigt (indirect en op een verkeerde manier, natuurlijk) dat de grootste angst voor deze persoon is uitgekomen; ze zijn nu dikker geworden. Het is heel begrijpelijk dat familie en vrienden hun geliefden willen laten weten en complimenteren met het feit dat ze er goed/beter uitzien. Voor mij persoonlijk heeft het maanden geduurd voordat ik deze uitspraak kon accepteren en omdraaien naar iets positiefs. In het begin zette ik een lach op en probeerde ik de chaos in mijn hoofd te accepteren. Wat niet lukte en ik een terugval kreeg. Het heeft een tijd geduurd voordat ik deze uitspraak kon accepteren. Voordat ik dit kon moest ik mijn gedachten en overtuigingen over mijn lichaam veranderen.
  • Geef geen commentaar op de eetgewoonten of patronen van anderen. Mensen met een eetstoornis weten dondersgoed dat ze een ander eetpatroon hebben dan wat jij hebt. Ten eerste zijn deze opmerkingen overbodig. Ten tweede, opmerkingen als deze zullen er alleen maar aan bijdragen dat de persoon in kwestie zich schuldig gaat voelen; hij of zij wil niemand lastigvallen maar met deze opmerking krijgt hij/zij het gevoel dat hij/zij dit wel doet. Wetende dat de mensen die van je houden zich zorgen maken zal de eetstoornis niet minder doen maken. Het leidt er vaak naar dat de persoon alleen of in het geheim wil gaan eten, liegt over voedingsinname of zichzelf verliest in overgeven/laxeren, overcompensatie en obsessief bewegen. Dezelfde regel geldt wanneer de persoon eet waar jij van denkt dat het teveel is of ongezond is. Begin er niet over.
  • Praat niet over voeding/eten tijdens eetmomenten. Ik zeg niet dat je niet mag zeggen wanneer iets heerlijk/verrukkelijk is. Ik probeer uit te leggen dat je geen dingen hoeft te zeggen als; ‘ik voel mij zo vol, of; ik heb zoveel gegeten, je zal wel uitgehongerd zijn, wil je niet nog een portie? Dit is gezond! Nee, dit is ongezond!’ wanneer de persoon probeert om zijn/haar avondeten naar binnen te werken. Je transformeert als ware de inspanning van het eetmoment in een kaartenhuis; het kan elk moment instorten. Wanneer je zegt; ‘dit is gezond’, zal de persoon misschien de volgende dag meer moeite hebben met ander eten aangezien dat wordt gezien als ‘ongezond’ (aangezien het meer koolhydraten bevat bijvoorbeeld). Wanneer je zegt; ‘dit is ongezond’ heb je waarschijnlijk het hele etentje verpest. In de meeste gevallen zal de persoon zijn uitweg vinden in compenseren om zich te ontdoen van die ongezonde voeding. Ook zal de persoon in kwestie meerdere voedingsmiddelen als ongezond labelen die lijken op dat ene ‘ongezonde’ voedingsmiddel wat jij ongezond noemde. Als je zegt; ‘neem je niet nog een portie?’ kan het de persoon doen stoppen met eten aangezien deze uitspraak doet blijken dat hij/zij al een 1 portie op heef (porties kunnen in herstel niet groot genoeg zijn aangezien hij/zij alle energie binnen moet krijgen die hij/zij nodig heeft). Als je zegt; ‘ik zit zo vol’ zal de persoon er waarschijnlijk voor zorgen dat hij/zij maar een fractie binnen krijgt van de hoeveelheid die jij opeet.
  • Praat niet over diëten, gezond/ongezond eten, afvallen of sporten. Dit is bijna voor iedereen triggerend. Als jij je niet te dun voelt (om deze dingen te mogen doen), waarom zou de persoon met een eetstoornis zich wel te dun voelen? (dit is hoe de eetstoornis werkt). Als jij denkt dat jij moet diëten, waarom zal de persoon met een eetstoornis niet moeten diëten? Er is een grote kans dat de persoon met een eetstoornis zich 2 x zo dik voelt als dat jij bent.
  • Denk niet dat jij andere mensen moet vertellen wat zij moeten doen. Het is niet jouw taak en helemaal niet aan jou. Jij bent niet de eerste die zou moeten zeggen wat er moet gebeuren. De meeste ‘patiënten’, wat voor ziekte of in wat voor conditie zij ook zijn, ontvangen goed gemeende adviezen uit alle hoeken, elke dag weer. Zelfs van mensen die ze nog nooit eerder hebben ontmoet.

Een ander belangrijke factor met betrekking tot dit onderwerp is welgemeend advies. Mensen met een eetstoornis ontvangen duizenden (welgemeende) adviezen. Elke dag. Mensen met een eetstoornis weten dat het allemaal goed bedoeld is. Maar dit wil niet zeggen dat deze adviezen helpen en het is ook niet zo’n goed idee om continu adviezen te blijven geven. Probeer zo weinig mogelijk advies te geven en dit zoveel mogelijk te vermijden.

Ik zeg niet dat niemand ooit goed advies mag geven. Ik adviseer om de hieronder beschreven richtlijnen te gebruiken:

  • Is dit goed advies? Zo ja, waarom? Op wat voor manier denk jij dat dit een positieve verandering zal brengen?
  • Denk je dat de persoon in kwestie dit advies (veel) vaker heeft gekregen? Zo ja, vind je het dan echt nodig om dit advies te herhalen voor de duizendste keer? Wat je kunt doen is de persoon in kwestie vragen of hij/zij dit advies vaker heeft gekregen, en als dit zo is, laat het dan gaan.
  • Is je advies medisch verantwoord? Gegarandeerd? Of is er maar een kleine mogelijkheid dat je verkeerd bent? Een goed voorbeeld is beweging. Veel cliënten in herstel word aangeraden om te starten met sporten/bewegen. Het argument hiervoor is dat dit de botmassa sterker maakt en de spiermassa vergroot. Dit klopt, natuurlijk. Maar dit geldt alleen voor mensen zonder een actieve eetstoornis! Werkelijkheid; mensen met een eetstoornis zullen in het begin van hun herstel helemaal niet moeten sporten/bewegen. Ook al zegt iedereen dat dit gezond is en word dit overal verkondigd- simpelweg omdat dit het lichaam in een ondervoeding modus blijft houden en hierdoor wordt het onmogelijk om volledig te herstellen. Ook omdat been- en spiermassa al is afgebroken. Als dit nog meer wordt afgebroken (dit is wat sporten doet, het tast de spieren aan zodat ze weer kunnen opbouwen) zullen deze nooit de kans krijgen om te helen.
  • Is er een kleine kans dat jouw advies triggerend effect heeft? Zo niet. Hoe weet je zo zeker dat dit niet zo is? Heb jij een eetstoornis of ooit 1 gehad? Heeft de persoon in kwestie vertelt wat hij/zij als triggerend ervaart? (Als je enige twijfel voelt, laat dan het onderwerp eens vallen en vraag of dit een potentiele trigger is) als het advies later nog als triggerend wordt ervaren, doe dan je best om de situatie achteraf te evalueren en te bespreken.

Author: Lianne

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.